In de VPRO Tegenlichtreportage ‘Het einde van bezit’ uit 2015 spreekt architect Thomas Rau over de noodzaak om verspilling in gebruik van producten te voorkomen door op een meer duurzame manier om te gaan met het gebruik van energie. Rau bespreekt het voorbeeld dat hij aan Philips als leverancier van lampen vraagt om voortaan licht te leveren in plaats van lampen. De consequentie van deze omkering is dat Philips voortaan niet alleen meer de lampen levert, maar ook de rekening krijgt van het energiegebruik van deze lampen. Door zich bewust te worden van de noodzaak om duurzaam om te gaan met energiebronnen, zal de leverancier zo duurzaam mogelijk licht willen leveren, met zo min mogelijk lampen. De klant wil immers licht in plaats van lampen…

Waarom deze anekdote? Graag wil ik dit gedachte experiment toepassen op duurzame inzetbaarheid. Denken we hierbij al in licht, of nog in lampen?

Waarde toevoegen

Medewerkers treden vaak ergens in dienst omdat ze goed zijn in hun manier van ‘lampen verkopen’. Maar net als dat Philips werd verrast door de vraag om licht te leveren, zijn ook veel medewerkers vooral bezig met lampen en niet met licht. Ze gaan naar hun werk, doen wat hen gevraagd wordt en herhalen dit dagelijks, jaar na jaar. En dan besluit de werkgever ineens om licht te vragen. Wat nu?

In dit geval heeft de werkgever bedacht dat hij voortaan toegevoegde waarde geleverd wil krijgen van zijn medewerkers ten behoeve van zijn eindklant. Niet zozeer het leveren van kennis, competenties en contractuele tijd is wat hij vraagt, maar de vertaling hiervan in waardetoevoeging voor de eindklant (licht in plaats van lampen). Nu en in de toekomst. En wat geen waarde toevoegt, noemt hij verspilling en wil hij elimineren. Zo creëert hij bewustzijn bij medewerkers om inzetbaar te zijn én te blijven. Hoe beter de medewerker zijn waardetoevoeging organiseert, hoe meer inzetbaar hij wordt en duurzaam kan blijven leveren. Het goede nieuws is dat hij hiermee ook zijn leveringsvoorwaarden mag aangeven aan degene die hem inhuurt. Want om te kunnen blijven leveren zijn voortdurende ontwikkeling en vitaliteit essentieel. Dan gaat hij misschien wel een voorstel doen om in zijn inzetbaarheidsgesprek nog maar 20% van de tijd achterom kijken om van te leren en 80% van de tijd vooruit om aan te geven hoe hij met werkplezier inzetbaar wil blijven. De medewerker is nu mede eigenaar van de vereiste investeringen geworden en neemt dit serieus.

Co-creatie: duurzame inzetbaarheid in de lijn!

De werkgever die om licht vraagt, doet dit natuurlijk niet vanuit macht maar vanuit co-creatie. Hij realiseert zich immers dat alle medewerkers zijn MIP’s zijn; Most Important Persons. De opgave van de leidinggevenden is om de juiste bedding te creëren waarbinnen de MIP’s het eigenaarschap van hun inzetbaarheid kunnen ontwikkelen en het vertrouwen krijgen om de regie te nemen over hun eigen leven en loopbaan. Vanuit deze setting voelt het vrij om samen continu te werken aan het verbeteren van processen om de eindklant te blijven bedienen.

Vragen?

Bel met Gaston Dollevoet

06-53533187